Jan van Groesen werkt bij de Stichting Media-ombudsman Nederland en schrijft namens die stichting vanochtend in de Volkskrant een ingezonden stuk over de commissie Brinkman. Een stuk dat ik aan het ontbijt met stijgende verbazing heb zitten lezen. Het is een lang pleidooi voor de krant en de geschreven journalistiek. Op zich een zaak om voor te vechten, maar de argumenten die hij gebruikt zijn van een achterhaaldheid die bijna tot plaatsvervangende schaamte leidt.
Ik pak er een paar punten uit (ik raad een ieder aan het stuk zelf te lezen, helaas heb ik het nog niet op de site van de Volkskrant teruggevonden).
Ten eerste legt Van Groesen een verband tussen de intolerantie in de Nederlandse samenleving en het feit dat de mens geneigd is "slechts het verlengde venster van zijn favoriete nieuws te openen". Oftewel, kranten hebben, integenstelling tot het internet, een taak om het morele kompas van de lezer te zijn en bieden plaats aan alle meningen: zijn conclusie: "de vraag is of een democratische samenleving zich kan veroorloven dit brede informatiemiddel te verliezen, in gedrukte, elektronische of welke vorm dan ook". Ik moet net als de schrijver deze vraag met een welgemeend 'nee' beantwoorden, alleen denk ik dat alle blogs, websites en gedrukte media die er zijn juist 'dit brede informatiemiddel' vormen. En laten we onszelf nou geen sprookjes vertellen: een gemiddelde Wilders-stemmer zal heus niet een NRC next of Vrij Nederland gaan kopen om zijn mening eens even te toetsen aan de tegenstand, net zo min als het omgekeerde zal gebeuren. Het is aanmatigend om het monopolie van het morele kompas bij kranten te leggen en het is zo mogelijk nog aanmatigender om een direct verband tussen intolerantie en de huidige vormen van nieuws- en opinievorming te leggen.
Een tweede punt van kritiek is een onderzoek dat hij aanhaalt (gedaan door Cornell University) waaruit zou blijken dat de meeste verhalen eerst in de traditionele media (hij bedoeld gedrukte kranten neem ik aan) verschenen en dan pas in de blogosfeer verschijnen. Blogs blijken 2,5 uur achter te lopen op traditionele media. Hoe kan dat nou, betekent dat dat ik tot een uur of 10 's morgens geen bloig hoef te lezen, ervan uitgaand dat ik mijn krant zo'n beetje rond half 8 heb gelezen? Van Groesen begrijpt het niet helemaal geloof ik: het gaat niet om snelheid, maar om beschikbaarheid van nieuws. Nog even afgezien van het feit of de stelling over wie op wie achterloopt klopt: de consument wil voor het ruwe nieuwsfeit niet meer betalen of wil er in ieder geval geen krant voor aanschaffen. Van Groesen blijft in al zijn argumenten hangen in een het oude (en inmiddels toch echt verloren) model van de alwetende journalist en de domme lezer. Van het centraal stellen van de lezer heeft hij blijkbaar nog nooit gehoord. Hij ziet in alle ontwikkelingen geen nieuwe wereldorde maar een collectieve fout, en die zal hij wel even herstellen.
Hij slaat de conclusie van Brinkman over het scheppen van kansrijke productinnovaties en nieuwe verdienmodellen dan ook vrolijk in de wind. Sterker nog: hij noemt het een eenzijdig dictum. Gaat u allen rustig slapen.
Aan het eind van zijn betoog verwijst hij nog naar de vrije pers, die door de overheid gewaarborgd dient te worden. Hoe vrijer kan de pers zijn dan de miljoenen blogs waar elke mogelijke mening ruimte heeft, zonder welke steun dan ook. Echt vrij ben je zonder iedere vorm van steun. Kwaliteitsjournalistiek bindt lezers volgens Van Groesen: dan mag waar zijn, en wellicht zijn we het daar zelfs allemaal mee eens, maar hoe die binding vorm krijgt en welk verdienmodel en product daarbij hoort is nu juist de vraag. De traditionele media staan niet voor niets onder druk. Niet omdat ze geen kwaliteisjournalistiek meer plegen, maar omdat de lezers en adverteerders in grote getalen afhaken. En omdat de krantenwereld te lang net als Van Groesen bleef denken dat de klant fout zat en zijzelf de waarheid in pacht hadden, moest er een commissie Brinkman komen die uit mocht zoeken hoe men uit de put kon komen. Van Groesen besluit de helpende hand te bijten en hardnekkig te volharden in een situatie die al jaren niet meer bestaat.
Reacties