
Het lijkt erop alsof de uitgeefbranche even zijn eigen soap heeft: NRC. Met omvloerste en half cryptische verklaringen wordt het conflict in het openbaar gesuggereerd, met als gevolg dat
her en der de krantenwatchers erop duiken en als ware het RTL Boulevard de relatie tussen directie, aandeelhouders en redactie trachten bloot te leggen. Ik vraag me af of ik er nog iets aan toe moet voegen. Ik denk het wel.
Het lijkt er op alsof hier de ouderwetse spanning tussen redactie en commercie weer de kop op steekt: Journalistieke onafhankelijkheid, redactiestatuten, productextensies en wie gaat waar over? Zijn dit in 2010 geen achterhaalde waarden en is het niet zo dat in een goed geleid bedrijf (lees: uitgeverij) iedereen hetzelfde belang heeft, nl. een levensvatbaar product maken met gemeenschappelijke uitgangspunten.
Had Marieke van der Donk het op InCTformatie 2010 niet over de rol van de adverteerder en het feit dat zoveel adverteerders een direct contact met uitgevers missen. Commerciële partijen maken deel uit van de publicatie en dus zou hun rol en relatie met hen ook in een redactiestatuut passen. Je kunt samen met adverteerders heel goed leuke dingen doen, zonder daarbij onafhankelijkheid op te hoeven offeren. Er is genoeg common ground om in een win-win-situatie dingen te doen. Zijn de tegenwerpingen van Donker in dit geval geen krokodillentranen uit een verleden? Past dit nog wel bij uitgeven in 2010? Is de redactie wel altijd leidend of beter gezegd: moet redactie altijd leidend zijn en een bijna veto-recht hebben? Begrijp me goed, ik hecht ook veel waarde aan onafhankelijkheid, maar in de dagelijkse praktijk spreek ik als uitgever/hoofdredacteur (ja, die functies zijn dus wel degelijk te combineren) van InCT zeer regelmatig adverteerders (of potentiële adverteerders) en ik probeer samen met hen te kijken wat we voor elkaar kunnen betekenen zodat we allebei onze doelstellingen kunnen verwezenlijken.
Zoals sommige watchers al meenden te moeten concluderen: de nieuwe eigenaars zien wellicht nieuwe mogelijkheden en zijn wat liberaler in hun opvattingen met betrekking tot commercie en redactie. Wellicht kon Gert Jan Oelderik dit beleid iet stevig genoeg doordrukken en moest hij, samen met Birgit, voet in het zand, Donker plaats maken. Wie zal het zeggen (ga ik met toch ongemerkt ook schuldig maken aan speculeren).
Laatste reacties